Je staat voor een uitdaging die menig doe-het-zelver kent: hoe pak je die lastige buitenhoek aan met behang? Die plek waar twee wanden samenkomen, vormt vaak een breekpunt in je behangavontuur. Voel je de lichte spanning al? Dat is volkomen normaal. Maar wees gerust, met de juiste aanpak transformeer je die lastige hoek in een naadloos, prachtig geheel. Dit artikel begeleidt je stap voor stap door het proces van buitenhoek behangen, zodat jouw interieur straks die verzorgde uitstraling krijgt waar je van droomt.
De voorbereiding: jouw sleutel tot succesvol behangen
Voordat je dat mooie nieuwe behang uit de rol pakt, is een gedegen voorbereiding essentieel. Een goede start voorkomt frustratie halverwege het project. Denk aan de buitenhoek als het fundament van je werk. Zit dit goed, dan volgt de rest vanzelf.
De muur inspecteren en egaliseren
Je wilt natuurlijk dat het behang straks perfect op de muur ligt. Bekijk de buitenhoek nauwkeurig. Zie je oneffenheden? Kleine scheurtjes of oude lijmresten? Deze moet je verwijderen. Schuur eventuele ruwe plekken lichtjes op. Een glad oppervlak is cruciaal voor een strak resultaat. Als je een oud behang hebt, verwijder dit dan volledig. Daarna behandel je de muur met een voorstrijk of primer. Dit zorgt ervoor dat je muur niet te veel zuigt en je lijm langer werktijd heeft. Dit is een onmisbare stap bij muren voorbereiden voor behang.
Het juiste gereedschap klaarleggen
Zorg dat je alle benodigdheden binnen handbereik hebt. Dit maakt het proces vlotter. Denk hierbij aan:
- Een scherpe stanleymes met reservemesjes.
- Een behangspatel of borstel om luchtbellen weg te werken.
- Een waterpas of laserwaterpas voor rechte banen.
- Een emmer met behanglijm en een mixer (als je zelf lijm aanmaakt).
- Een rolmaat en een schone doek.
- Een behangtafel om je baan op te snijden.
De eerste baan: de basis van je hoek
Bij het behangen van een buitenhoek begin je altijd met de baan die het meest in het zicht valt. Dit wordt je referentiepunt. Zorg dat deze eerste baan perfect verticaal hangt. Een kleine afwijking hier zorgt voor grote problemen verderop.
De eerste baan nauwkeurig uitzetten
Meet vanaf de hoek de breedte van je behangbaan. Trek hier ongeveer twee centimeter vanaf. Markeer deze positie met een potlood. Gebruik nu je waterpas om een strakke verticale lijn te trekken vanaf het plafond tot aan de plint. Dit is de lijn waar je eerste baan langs komt te hangen. Dit helpt je bij het recht behangen.
De eerste baan plakken
Breng de lijm aan op de muur of op de achterkant van het behang, afhankelijk van het type behang dat je gebruikt (afgestemd op de instructies van je behanglijm). Vouw het behang dubbel (de natte kanten naar elkaar toe) en laat het even rusten, zodat het kan inweken. Dit voorkomt dat het later gaat krimpen. Plaats de rand van de eerste baan precies op de getrokken verticale lijn. Gebruik je borstel of spatel om het behang glad te strijken. Werk vanuit het midden naar de randen toe. Laat de baan ongeveer 2 tot 3 centimeter over de hoek komen op de aangrenzende muur. Dit overhang is belangrijk voor de volgende stap.
De overgang: de buitenhoek behangen
Dit is het moment waar het echt om draait: het nette overgangspunt van de ene naar de andere wand. Wees geduldig, dit vraagt om precisie.
De baan over de hoek snijden
Nadat de eerste baan vastzit en je hebt gecontroleerd of deze recht zit, pak je de tweede baan erbij. Deze baan plak je op de aangrenzende muur. Het is cruciaal dat deze twee banen elkaar op de hoek lichtjes overlappen. Je snijdt nu door beide lagen heen op de hoek. Dit heet de ‘naad doorsnijden’, voor meer gedetailleerde informatie kun je de praktische tips en stappen voor het behangen van een hoek raadplegen.
Zorg dat je een scherpe stanleymes gebruikt. Druk het mes voorzichtig in de hoek. Je snijdt zo perfect door het behang heen, waardoor de overlappende randen strak tegen elkaar komen te liggen na het weghalen van de reststukken.
De randen verwijderen
Verwijder voorzichtig de strook behang die aan de eerste muur vastzit. Verwijder daarna de strook behang die aan de tweede muur vastzit. Je houdt nu twee scherpe, schone randen over die perfect in de hoek samenkomen. Dit is de meest effectieve methode voor een naadloze buitenhoek.
De tweede baan afwerken
Zorg dat de tweede baan ook perfect verticaal hangt. Gebruik de waterpas opnieuw. Als je de randen hebt weggesneden, lijm je de randen van de tweede baan stevig vast. Gebruik de behangspatel om eventuele luchtbellen weg te drukken. Werk de naden nogmaals goed aan met een nadenroller (als je behang dit toelaat) of een schone doek. Zorg dat er geen lijmresten op het zichtbare deel van het behang achterblijven. Veeg overtollige lijm direct schoon met een vochtige spons.
Veelvoorkomende uitdagingen en hoe je ze tackelt
Zelfs met de beste voorbereiding kunnen er kleine hobbels op de weg verschijnen bij het behangen rond hoeken. Dit zijn de meest voorkomende problemen en hoe je ze oplost.
Uitdaging 1: De muur is niet haaks
Veel oude huizen hebben muren die niet perfect 90 graden zijn. Als je hier strak tegenaan werkt, zie je dat het behang scheef loopt. Wat doe je?
- Blijf altijd je eerste baan verticaal uitzetten met de waterpas, ongeacht hoe de muur loopt.
- Bij de tweede muur: je snijdt door de overlap heen, zoals hierboven beschreven. De snede corrigeert de hoek, omdat je de te veel of te weinig overlapping direct wegsnijdt.
Uitdaging 2: Het behang krimpt
Als je na het drogen een kier ziet ontstaan, is het behang waarschijnlijk gekrompen. Dit komt vaak door te snel drogen of te dun aanmaken van de lijm.
- Gebruik de juiste, dikke behanglijm voor jouw type behang.
- Laat de verwarming uit en vermijd tocht tijdens het drogen.
- Als de kier heel klein is, kun je deze voorzichtig dichten met een beetje bijgekleurde acrylkit of nadenlijm, indien je behang dit toelaat.
Uitdaging 3: Het patroon loopt niet door
Bij patroonbehang is het extra lastig om die overgang netjes te krijgen. Je moet nauwkeurig werken met de overlapping en de doorsnede techniek.
- Meet de afstand van het patroon op de eerste baan.
- Breng de tweede baan zo aan dat het patroon precies aansluit voordat je de hoek doorsnijdt. Dit vraagt misschien om een iets grotere overlap dan strikt noodzakelijk, maar het patroon behoudt zijn logica.
Veelgestelde vragen over het behangen van buitenhoeken
Je hebt nu de basis in handen. Hieronder vind je antwoorden op de meest gestelde vragen die mensen hebben over dit specifieke onderdeel van behangen.
Moet ik de hoek eerst instrijken met lijm?
Ja, als je een hoek met een kleine afwijking hebt die je niet gaat doorsnijden (bijvoorbeeld als je de hoek om vouwt), dan is het verstandig om de hoek zelf extra in te lijmen voor goede hechting en stevigheid.
Hoe dik mag de overlap zijn bij het doorsnijden?
Een overlap van 2 tot 3 centimeter is ideaal. Dit geeft je voldoende ruimte om de twee lagen goed te kunnen doorsnijden met een scherp mes, zonder dat je het behang beschadigt of dat je te weinig materiaal overhoudt om vast te lijmen.
Wanneer mag ik het behang vastplakken aan de andere kant?
Je plakt de eerste baan vast met ongeveer 2 à 3 cm overhang op de tweede muur. Je wacht met het definitief vastzetten van de tweede baan tot je de overtollige lijm en de weggesneden randen hebt verwijderd. Pas dan zet je de definitieve rand van de tweede baan vast.
Is het nodig om een nadenroller te gebruiken?
Voor gladde, vliesbehangsoorten is een behangspatel of zachte borstel vaak voldoende. Bij dikker papierbehang of als je bang bent voor luchtbellen in de hoek, is een smalle nadenroller aan te raden om de lijm stevig aan te drukken zonder het behang te beschadigen. Tips voor het behangen van hoeken kunnen je hierbij helpen.







